Menu:

Adres:

Caroline H. Oljans Weteringdijk 111a 8166KT Emst tel.0578 616425
Filosofie

Een schilderij als een woning

 

Wanneer ik een gebouw of een huis waarneem, kan zich dit als kunstwerk aan mij tonen. In eerste instantie word ik als toeschouwer geconfronteerd met zijn buitenkant. Het laat zijn vorm zien, de vlakken en lijnen, het spel met de compositie komt op een bepaalde manier op mij over.

Ik kan er een oordeel over hebben: mooi, lelijk, spannend, saai, etc. Ik kan het gebouw ook zien in stemmingskwaliteiten die het bij me oproept: vrolijk, stevig, krachtig, weemoedig, speels, etc.

Door op een dergelijke manier te kijken word ik min of meer geraakt en kan ik mij bewust worden van een bepaalde stemming bij mezelf of van de sfeer die het gebouw bij me oproept.

 

Als ik het gebouw nu binnenga, als ik de deur door loop,kom ik in de levende binnenwereld. Er zijn spullen aanwezig, meubels, stoffering. Meestal zijn er ook mensen. Er wordt gepraat, gelachen, gezwegen, gemopperd, gegeten, gespeeld, geluisterd, geslapen, kortom, er wordt gewoond, geleefd, gewerkt.

Er worden met meer of minder vuur ideëen geuit en weer teruggegeven. Er heerst een bonte mengeling van levendigheid in het gebouw.

Dit alles wordt gedragen door de kern van het gebouw, het doel waarvoor het gebruikt wordt, de functie.

 

Zo ook is een schilderij gecreëerd en opgebouwd.

In eerste instantie zie je de buitenkant: het formaat, de materialen, de kleuren. Dan merk je, als je iets langer kijkt, dat het schilderij je iets doet, of juist helemaal niet.

In beide gevallen kun je besluiten door de "deur" naar binnen te gaan. Of je nou geraakt bent of onverschillig bent gebleven, op het moment dat je het schilderij als het ware binnenstapt, kom je een "verhaal" tegen.

Dat verhaal vertelt over de levendigheid, de bewegingen, de gedachten, de emoties, de gevoelens, de inspiraties en de passies die daar allemaal "gebeuren".

En het verhaal heeft uiteindelijk een motief als kern; het motief bepaalt de functie.

De kern die heeft gediend als uitgangspunt bij de bouw, is, als het goed is, nog steeds zichtbaar in het uiteindelijke resultaat.

 

Veel schilderijen zijn non-figuratief. Ze stellen niets voor. Het zijn concrete bouwsels van ideëen. Niettemin zijn er soms herkenbare vormen in te ontwaren. Dat is een onvermijdelijk en natuurlijk gevolg van het leven in de alledaagse realiteit.

In het geval van de bloemen-, kruis- en bomenschilderijen is het thema duidelijk. Hoewel sterk gestileerd, zijn de vormen onmiskenbaar.

Iets dergelijks geldt voor de mensportretten, zowel geschilderd (gemengde technieken) als getekend (syberisch krijt en grafiet). Een mens is verkend, zij/hij heeft zich getoond in haar/zijn kwetsbaarheid en er is een weerslag van ontstaan op doek of papier. Het beeld is tot leven gekomen.

 

juni 2016 ,Caroline Oljans