Caroline Oljans

Schepping

“In den beginne” – ik vind dat prachtige woorden aan het begin van het eerste bijbelboek, Genesis. Hier wordt het bijbelse scheppingsverhaal verteld. Vanaf “woest ende ledig” tot en met “God zag dat het zeer goed was” wordt ons verhaald hoe vanuit de geestelijke wereld hemel, aarde, water, land, planten, kosmos, dieren en mensen ontstonden, geschapen werden. De eerste drie dagen, de vierde centrale dag, de tweede drie dagen … Voor mij spreekt uit dit verhaal een enorm vertrouwen, zowel vanuit de Eeuwigheid, als innerlijk in elk mens. De talloze oorlogen en natuurrampen waar we nu in verwikkeld zijn weerspreken dit vertrouwen niet – integendeel, zij behoeven juist de goede kracht van het vertrouwen.

Het verhaal over de vrouw die de voeten van een voor haar zeer bijzondere man met kostbare olie inwrijft en die geliefde voeten vervolgens afdroogt met haar haren, gaat ook over vertrouwen. De man en de vrouw delen met elkaar in feite een geschenk, een gebaar van genade. In de eerste eeuw is onder andere dit verhaal in de Griekse taal opgeschreven. Ik vind het heel bijzonder dat deze verhalen nog steeds veel mensen inspireren, ieder in hun eigen taal. Uit de beelden blijkt de beslotenheid en intimiteit van het gebeurde. Ook de kwetsbaarheid en sterkte komen naar voren.

Een aantal jaren geleden schilderde ik het portret van een jonge vrouw, Vera (mixed media op doek, 80×90 cm.- het is in mijn atelier te bezoeken). Deze vrouw riep bij mij de volgende woorden op, die alles met vertrouwen van doen hebben.

 

V e r a

ontmoette ik in de buitengebieden van Verona.

Eind 15e eeuw, vroeg in het voorjaar.

Ik liep met mijn spullen, bepakt en bezakt zoals marskramers dat zijn,

van het ene dorp naar het andere.

Daar, in een licht bos, vol fris ontluikend groen, bloeiende bosanemonen en

wilde hyacinten, kwam ik Vera tegen.

Ze wandelde mij tegemoet.

Een reine jonkvrouw, een dorpsdeerne?

Ik weet het niet, maar ze straalde een welhaast

mytische glans uit, onsterfelijk, tijdloos.

Ze leek bijna op te gaan in, één te worden met het ongeschonden lentebos.

We liepen elkaar tegemoet.

Geen spoor van angst was te bespeuren bij haar, terwijl marskramers toch ruige mensen waren met een niet altijd even goede naam en faam.

Slechts stralend vertrouwen, sterk als het voorjaar zelf, zag ik om haar heen.

We glimlachten naar elkaar in een respectvolle groet en vervolgden ieder ons weegs.

 

Caroline H. Oljans, januari 2007

Portfolio